De Historische Bakoven

Beschrijving van de Bakoven

De traditionele takkenbosoven werd rond 1910 gebouwd en tot circa 1980 gebruikt door bakker Wim Nijendijk. Deze oven is ongeveer 2,60 meter breed, 3,30 meter diep en weegt maar liefst 20 ton. Dit aanzienlijke gewicht is te danken aan het feit dat alle wanden en de bovenkant van de oven gevuld zijn met zand, waardoor de warmte optimaal wordt vastgehouden.

Het vuur wordt opgestookt.

De oven brandt met takkenbossen.

Stoken van de Oven in het Verleden

Vroeger werd de oven traditioneel gestookt met takkenbossen. Omdat de oven dagelijks werd gebruikt, koelde deze nauwelijks af. Elke ochtend waren vijf tot zeven takkenbossen voldoende om de oven weer op temperatuur te krijgen. Nadat het vuur was gedoofd, werden de asresten met een schrapper uit de oven gehaald en in de doofpot gedaan. Vervolgens werd de vloer van de oven met een natte dweil schoongemaakt, waarna de oven klaar was om het brood te bakken. De oven bood plaats aan ongeveer tachtig broden, die met een houten schieter op hun plek werden “geschoten” – een noodzakelijke handeling, aangezien de oven inwendig 2,5 meter diep is.

Ombouw naar Oliestook

Toen er vóór de Tweede Wereldoorlog volop olie beschikbaar kwam, werd deze bakkersoven – net als veel andere ovens van dit type – omgebouwd naar oliestook. Naast de ijzeren deur werd een standaard op de muur bevestigd, waarop een grote beweegbare brander stond. Deze brander werd gevoed met olie en veel lucht. De mond van de brander werd voor de opening van de oven geschoven en vervolgens ontstoken. Een lange vlam blies dan de oven in, waardoor deze veel sneller op temperatuur kwam dan met takkenbossen. Dit was niet alleen sneller en minder arbeidsintensief, maar zorgde er ook voor dat de markt voor takkenbossen langzaam verdween. Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog was er echter geen olie beschikbaar en werd men weer volledig op takkenbossen teruggeworpen.

Anekdote over Oliestook

Het aansteken van de brander vergde de nodige vaardigheid. Lucht en olie werden onder druk in de brander gepompt. Wanneer de brander niet direct goed vlamvatte, spoot er een straal onverbrande olie de oven in. Dat resulteerde steevast in klachten van klanten: “Bakker, het brood smaakt naar olie.” Opmerkelijk genoeg bestonden deze klachten niet toen er nog met takkenbossen werd gestookt.

De Rijskast

Een belangrijk ingrediënt van deeg is gist, waardoor het deeg rijst en het brood, gebak of andere bakwaren luchtiger worden. Onder in de oven bevindt zich een zogenaamde rijskast. Hoe heet de oven ook gestookt wordt, deze kast houdt een vrijwel constante temperatuur aan, ideaal om het deeg te laten rijzen. Nadat het deeg is gemengd en gekneed, wordt het in de vorm in de rijskast geplaatst. Pas na het rijzen wordt het deeg uiteindelijk in de oven gebakken.

Takkenbossen voor opslag naar de zolder.