Subsidie en verantwoording

De subsidies: een toelichting erop en de verantwoording ervan.

Introductie.

Wij willen u een open en eerlijk inzicht geven in hoe wij met onze subsidies omgaan. Daar hebt u recht op want subsidie is tenslotte geld van ons allemaal. En dat we zorgvuldig en professioneel omgaan met de subsidiegelden die we (nog wel) krijgen. En dat die subsidies beperkt zijn. En dat we als stichting ook niet volledig afhankelijk willen en kunnen zijn van die subsidies want dat betekent een erg kwetsbare en onzekere positie in deze tijd. En dat we op dit moment nog maar net toe kunnen met de mix van eigen inkomsten en subsidies.

Met deze openheid willen we ook duidelijk maken dat we uw steun als vriend of sponsor heel goed kunnen gebruiken. En steeds meer nodig hebben bij afnemende subsidies.

Inkomsten.

De stichting heeft enerzijds inkomsten uit de bijdragen van haar vrienden en allerlei eigen activiteiten en anderzijds inkomsten van haar subsidieverstrekkers. Verder hebben we sponsoring in natura van bedrijven die “Goede Vriend” zijn.

Onze subsidies dekken slechts een gedeelte van het molen-onderhoud.

We krijgen van de volgende instanties (structurele) onderhoudssubsidie voor de molen:

  • De gemeente Zutphen.
  • De provincie Gelderland.
  • Van het rijk via de “Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed”, het RCE.

Deze subsidies zijn een percentage van de totale onderhoudskosten van de Warkense Molen. De stichting betaalt het resterende deel van het onderhoud zelf. Voor de onderhouds- en overige kosten van het bakkerijmuseum hebben we geen enkele subsidie.

M.b.t. het onderhoud doen we zelf de klussen die klein zijn en we zelf kunnen behappen, b.v. wat schilderen. Alle andere onderhoudsklussen worden door een professionele molenmakerij gedaan. Daarnaast moeten we tegenvallers ook zelf betalen zoals b.v. <De bonte knaagkever heeft de molen flink aangetast>.

De maatschappij en onderhoudssubsidies voor monumenten.

Gelukkig zijn onze subsidies nog steeds een redelijk breed aanvaarde maatschappelijke verantwoordelijkheid: subsidies voor het instandhouden van het cultureel en geschiedkundig erfgoed van ons allemaal. Beheren en onderhouden en dus instandhouden; dat is onze eerste doelstelling en daar zetten wij ons als stichting dan ook helemaal voor in. Maar we zetten ons vooral ook in voor onze tweede doelstelling: die monumenten werkend aan u, als ons publiek, te laten zien.

Verder hebben we gelukkig nog een aantal bedrijven die ons telkens weer sponsoren in natura, zie onze sponsorpagina. Klik_hier.

Kosten voor beheer en exploitatie: geheel voor eigen rekening.

Van de kosten voor beheer en exploitatie wordt niets gesubsidieerd. Dit zijn dan b.v. de brandverzekering voor de molen en het museum, de jaarlijkse keuring van de molen, onverwachte onderhoudskosten, aansprakelijkheidsverzekeringen voor de molenaars, het organiseren van activiteiten, drukwerk, secretariaat, etc. Kleine zelf uitgevoerde onderhoudsklusjes zijn ook beheer en dus voor eigen rekening zoals b.v. iets schilderen of een verrotte plank van het hek vervangen.

Deze kosten proberen we helemaal te financieren uit de bijdragen van vrienden, de baten van activiteiten zoals de jaarlijkse Lente Fair, schoolklassen op bezoek, verkoop van koffie met krentenwegge in het museum, het rondleiden van groepen, de vrijwillige bijdragen van bezoekers, etc.

Eenmalige subsidies.

Voor eenmalige activiteiten hebben we wel eens incidentele subsidie gekregen van b.v. het “Prins Bernhard Cultuurfonds”. Dat was voor de productie van de korte videofilm die in het bakkerijmuseum draait. Dat gaat over de laatste Warkense warme bakker Jan Willem Nijendijk en over de verhuizing van de authentieke bakkersoven van de voormalige bakkerswoning naar de stoltenberg, zie <Foto-Video-Geluid>.

Het planmatige onderhoud en de subsidies.

Het onderhoud van de molen vindt op een zeer gestructureerde wijze plaats. Enerzijds omdat de subsidieverstrekker dat vraagt. Anderzijds omdat wij een zo goed en planmatig mogelijk onderhoud van de molen willen. Daarvoor willen we niet alleen weten wat er NU aan onderhoud moet worden gepleegd maar ook op de langere termijn. En dat pakken we dan – binnen onze financiële grenzen – planmatig aan. Op die manier komen we voor zo min mogelijk financiële verrassingen te staan. En een draaiende en regelmatig onderhouden molen kost op termijn veel minder dan een molen die niet draait.

Telkens een 6-jarenplan voor onderhoud.

Iedere zes jaar wordt een nieuw onderhoudsplan gemaakt. Daarvoor wordt een professionele schatting gemaakt van het verwachtte onderhoud in de komende zes jaar en hoeveel geld dat kost. Op grond van dat plan wordt er dan subsidie aangevraagd bij de RCE, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In die zes jaar zijn de begrote bedragen uit dat plan de basis voor de subsidies van het RCE.

Achteraf toetst het RCE (eens in de 6 jaar) en de Gemeente (jaarlijks) onze uitgaven: of het onderhoud in het 6-jarenplan zat en we overhandigen de onderhoudsnota’s en de betalingsbewijzen.

In deze tijden van bezuinigingen zou het goed zijn als iedere subsidie in Nederland achteraf zo grondig en dubbel getoetst wordt.

Professionele invulling.

De vereniging “De Hollandsche Molen” heeft een model gemaakt voor dat 6-jaren-onderhoudsplan. Dat model hebben wij “gekocht”. Dit model is erkend door het RCE en is hun standaard voor molenonderhoud. Verder hebben we een abonnement bij de Monumentenwacht Afdeling Gelderland die de molen ieder jaar inspecteert.

Gang van zaken bij de uitvoering.

De onderhouds-inspecties van de molen doet de Monumentenwacht. Zij hebben veel ervaring met monumenten zoals molens. Het onderhoudsplan wat zij vervolgens opstellen is volgens het 6-jaren-model van de Hollandsche Molen. Met dat professioneel opgemaakte 6-jaren-onderhoudsplan vragen wij dan subsidie aan voor het onderhoud bij het RCE en naar aanleiding daarvan tevens bij de provincie en gemeente. Het professionele onderhoud doet Molenmakerij Groot Wesseldijk uit Lochem. Achteraf toetsen zowel Monumentenzorg als de RCE onze uitgaven.

Probleem: Onvoorziene kosten.

Een voor de stichting soms heel vervelende consequentie is dat onverwachte uitgaven voor b.v. <de bonte knaagkever die de molen flink had aangetast> of een <kapotte bonkelaar> niet onder die subsidies vallen. Dergelijke uitgaven zijn dan b.v. gelijk aan ongeveer twee jaarsubsidies. En dan kunnen er plots grote financiële problemen ontstaan.

Uw steun.

Als stichting krijgen we dus wel subsidie, maar voor een beperkt deel van onze kosten. Voor het resterende deel moeten en willen we zelf “onze broek ophouden”. Daartoe organiseren we onze jaarlijkse Lente Fair en zijn er betaalde activiteiten zoals rondleidingen, met schoolklassen broodjes bakken, verkoop van koffie met krentewegge, etc. Maar met die inkomsten zijn we er nog niet!

We vragen dan ook uw steun voor de instandhouding en de openstelling van deze monumenten. Als u onze doelstellingen en de molen en het bakkerijmuseum een warm hart toedraagt, vragen we om uw steun. U kunt vriend worden voor het jaarlijkse bedrag van € 17,50. Neemt u dan s.v.p. <contact> op met het secretariaat. Ook kunt u onze jaarlijkse <Lente Fair> bezoeken en op die manier bijdragen of u kunt sponsor worden.

Ook u kunt ons helpen de molen draaiend

en het vuur in de oven brandend te houden

door VRIEND te worden van de Warkense Molen.